Een huis wordt samen met zijn bewoners oud
VUB-UHasselt-onderzoeker Sander Lambrix: “Welzijn is vervlochten in de manier waarop personen en woonomgevingen samen ouder worden”
Vlamingen zijn sterk gehecht aan hun woning en willen er doorgaans zo lang mogelijk blijven wonen. Tegelijk zijn veel woningen niet ontworpen met het oog op een leven lang wonen. Architect en onderzoeker Sander Lambrix analyseerde de relatie tussen onze woning en ons welzijn wanneer we ouder worden. Zijn conclusie: een woning is veel meer dan een fysieke omgeving die al dan niet aangepast is aan een ouder lichaam. Mensen en hun woning zijn affectief met elkaar vervlochten.
Dat spanningsveld wordt steeds relevanter. Ook het Vlaamse beleid zet erop in om mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen en ondersteunt aanpassingen die dat mogelijk maken. Tegelijk wordt levensbestendig wonen door de vergrijzing een steeds grotere uitdaging.
“Wanneer we over ouder worden en wonen spreken, denken we ofwel aan fysieke toegankelijkheid: geen trappen of drempels, een aangepaste badkamer, bredere deuren; ofwel aan emotionele ervaringen zoals herinneringen of sociale relaties”, zegt Lambrix. “Dat is uiteraard belangrijk, maar binnen een woning zijn die fysieke en emotionele aspecten vaak hechter met elkaar verbonden dan we op het eerste zicht beseffen”.
Voor zijn doctoraatsonderzoek bezocht Lambrix oudere mensen thuis, sprak hij met bewoners én met de architecten die hun woningen ontwierpen en gebruikte hij architectuurtekeningen om de relatie tussen mens en woonomgeving in kaart te brengen. Het onderzoek combineert zo inzichten uit de architectuur met gerontologie, de wetenschap die het ouder worden bestudeert. Lambrix voert zijn onderzoek uit binnen de Designing for More onderzoeksgroep van UHasselt en het Society and Ageing Research Lab van de VUB.
Een woning verandert volgens Lambrix voortdurend mee met zijn bewoners. Meubels krijgen een plek, voorwerpen verzamelen herinneringen, kamers krijgen nieuwe functies en ook de omgeving rondom de woning verandert. Tegelijk beïnvloedt die woning wat bewoners nog kunnen doen, hoe ze hun dagelijkse routines organiseren en hoe ze zich voelen. Welzijn ontstaat daardoor niet alleen in een persoon of door de eigenschappen van een gebouw, maar in de wisselwerking tussen bewoners, hun lichaam, de woning, persoonlijke spullen en de omgeving. Die relationele kijk vormt een van de belangrijkste bevindingen van het onderzoek.
Dat verklaart ook waarom de ogenschijnlijk logische oplossing, verhuizen naar een kleinere en beter aangepaste woning, voor oudere mensen niet noodzakelijk vanzelfsprekend is. Een woning achterlaten betekent ook afscheid nemen van een plek waarin jarenlang gewoontes, relaties en herinneringen zijn opgebouwd.
Lambrix pleit daarom voor een bredere kijk op levenslang wonen. Niet alleen de vraag “Is de woning aangepast aan een oudere bewoner?” is belangrijk, maar ook “Wat maakt dat die persoon zich juist hier goed voelt?”
Die benadering biedt volgens Lambrix nieuwe mogelijkheden voor architecten, beleidsmakers en zorgprofessionals. Door beter te begrijpen hoe mensen en hun woonomgeving samen ouder worden, kunnen woningen en buurten worden ontworpen die niet alleen fysiek toegankelijk zijn, maar mensen ook toelaten om op een betekenisvolle manier oud te worden.
Titel PhD: Affective Entanglements of Aging and Architecture – Understanding the Relationship between Wellbeing, Housing and Aging in Flanders aan UHasselt en VUB. Het onderzoek werd begeleid door prof. dr. Ann Petermans en prof. dr. Jan Vanrie van UHasselt en prof. dr. An-Sofie Smetcoren van VUB.
Meer info:
Sander Lambrix: sander.lambrix@vub.be
Frans Steenhoudt
