Niet-Belgische gedetineerden onvoldoende betrokken bij gevangenisactiviteiten

Niet-Belgische gedetineerden onvoldoende betrokken bij gevangenisactiviteiten

Aandacht voor deze grote en diverse groep dringt zich op

Vrijdag 15 juni 2018 — Bijna 1 op 2 (44%) gedetineerden in Belgische gevangenissen heeft een niet-Belgische nationaliteit. Dit is fors hoger dan het Europese gemiddelde van 22,1%. VUB-onderzoek* toont voor het eerst aan dat de deelnamegraad van deze niet-Belgische gedetineerden aan gevangenis-programma’s opvallend lager ligt dan bij Belgische gedetineerden. Te weinig kennis van het Nederlands blijkt een belangrijke hindernis voor deelname aan activiteiten waarbij kennis van het Nederlands een vereiste is (vb. arbeidsopleidingen, cursussen over het leren beheren van agressie, omgaan met stress). Dergelijke activiteiten zijn essentieel om de re-integratie in de samenleving voor te bereiden. Dit vraagt om maatregelen, want participatie biedt voordelen voor de gedetineerden, de gevangenis én de samenleving.

Hoewel het aantal niet-Belgische gedetineerden gedurende de laatste decennia aanzienlijk gestegen is, besteedde wetenschappelijk onderzoek tot op heden weinig aandacht aan de participatie van deze grote groep gedetineerden aan opleidingen, culturele activiteiten, sportactiviteiten en inspraakinitiatieven in de gevangenis. Uit de bevindingen van de onderzoeksgroep Participatie en Leren in Detentie (PALD), die gecoördineerd wordt door het departement Educatiewetenschappen aan de VUB, blijkt dat vandaag vooral gedetineerden die Nederlands spreken actief deelnemen aan de activiteiten in de gevangenis. Doordat een groot deel van het activiteitenaanbod in de Vlaamse gevangenissen in het Nederlands is, vallen voornamelijk anderstalige gedetineerden uit de boot. Verschillende gevangenissen bieden wel cursussen Nederlands aan zodat anderstalige gedetineerden vlotter kunnen communiceren met gevangenispersoneel en medegevangenen. En zodat ze zich na vrijlating makkelijker kunnen re-integreren. Anderstalige gevangenen zijn vaker geneigd om deel te nemen aan minder taalgevoelige activiteiten zoals sport, zo blijkt ook uit het onderzoek.

Uit de studie blijkt dat niet-Belgische gedetineerden in ons land wel gemotiveerd zijn om deel te nemen aan de programma’s, om hun gezondheid te verbeteren, sociaal contact te hebben met anderen in en buiten de gevangenis of hun kansen op het vinden van een job na vrijlating te vergroten. Maar toch botsen zij op beperkingen. Ze zijn vaak onvoldoende op de hoogte van de beschikbare activiteiten, die ze vaak ook niet begrijpen door de taalbarrière. Het is in het belang van de gedetineerden, de gevangenissen en de samenleving dat dit probleem aangepakt wordt. Bijna de helft van onze gedetineerden heeft niet de Belgische nationaliteit,” aldus VUB-promotor Dorien Brosens, gespecialiseerd in participatie en inspraak van gedetineerden.

Participatie loont
De motivatie van gedetineerden om deel te nemen aan gevangenisactiviteiten verschilt vaak van persoon tot persoon. De meest voorkomende motivaties om deel te nemen aan diverse programma’s in de gevangenis - zoals het gebruik van de bibliotheek, socio-culturele activiteiten, sport, het verrichten van arbeid en het volgen van opleidingen – zijn het vergroten van de kansen op het vinden van een job na vrijlating, zich nuttig voelen, sociale contacten hebben en iets bijleren.

Door de lagere participatiegraad genieten niet-Belgische gedetineerden minder van deze belangrijke voordelen. Het is echter belangrijk om deze groep gedetineerden sterker te betrekken bij de gevangenisactiviteiten omdat zij nog meer dan andere gedetineerden te maken krijgen met moeilijkheden op het vlak van taal, contact met verwanten en integratie in onze samenleving.

De lage participatiegraad belemmert een goede re-integratie in de samenleving na de vrijlating. Daarnaast zorgen de activiteiten er ook voor dat het personeel op een positieve manier in contact komt met gedetineerden, wat de onderlinge relaties en contacten ten goede komt. Daarom moeten op beleidsniveau dringend de nodige maatregelen getroffen worden om een echte participatiecultuur in onze gevangenissen te bewerkstelligen waarbij gedetineerden elkaar ook ondersteunen om de activiteiten beter bekend te maken en elkaar aan te moedigen om deel te nemen,” besluit VUB-promotor Dorien Brosens.

* Het onderzoek van F. Croux, D. Brosens, S. Vandevelde en L. De Donder verscheen in februari van dit jaar in het European Journal on Criminal Policy and Research

Dorien Brosens Onderzoeksgroep Participatie en Leren in Detentie (PALD)