Warmere winters en stormgedreven verspreiding bevorderen de noordwaartse uitbreiding van mangroven langs de Atlantische kust van de VS
VUB-onderzoek toont hoe klimaatverandering mangroven nieuwe kustgebieden doet koloniseren
In de afgelopen decennia zijn mangroven langs de Atlantische kust van Noord-Amerika uitgebreid naar gebieden die traditioneel werden gedomineerd door zoutmoerassen. Deze verschuiving laat zien dat klimaatverandering de gematigde kustecosystemen al aan het hervormen is, met gevolgen voor biodiversiteit, koolstofopslag en kustbescherming.
Een nieuwe studie van een internationaal team van wetenschappers, geleid door Lucia Enes Gramoso van de Vrije Universiteit Brussel, is onlangs gepubliceerd in het toonaangevende klimaat-ecologische tijdschrift Global Change Biology. De studie, uitgevoerd in samenwerking met Moss Landing Marine Laboratories, UCLA en de USGS, onderzocht hoe mangroven aan deze specifieke noordelijke verspreidingsgrens zich in de 21e eeuw kunnen verplaatsen onder invloed van klimaatverandering. Hiervoor combineerden de onderzoekers klimaatprojecties met oceaancirculatie, biologische waarnemingen en historische orkaangegevens. De resultaten tonen aan dat warmere winters en stormgedreven verspreiding de belangrijkste drijvende krachten achter deze uitbreiding zijn, waardoor mangroven mogelijk tegen 2100 tot in South Carolina kunnen reiken.
Met behulp van soortverspreidingsmodellen onder vier veelgebruikte klimaatscenario’s projecteren de onderzoekers een aanzienlijke toename van klimaattechnisch geschikt habitat voorbij het huidige mangroveareaal tegen het einde van deze eeuw. De sterkste toename treedt op onder scenario’s met meer opwarming, wat aangeeft dat stijgende wintertemperaturen een belangrijke motor zijn achter de poolwaartse uitbreiding van mangroven.
Geschikte klimaatomstandigheden alleen zijn echter niet voldoende voor de uitbreiding van mangroven in zoutmoerasgebieden. Mangroven zijn afhankelijk van drijvende propagulen (zaailingen) die door oceaanstromingen worden verspreid. Om te beoordelen of propagulen nieuw geschikte gebieden kunnen bereiken, gebruikte het team hogeresolutie-simulaties van oceaanstromingen in combinatie met waarnemingen van propaguleproductie en -vrijgave.
De resultaten geven aan dat oceaanstromingen propagulen kunnen transporteren vanuit zowel bestaande populaties aan de noordrand als meer zuidelijke mangrovepopulaties naar gebieden voorbij de huidige verspreidingsgrens. Dit suggereert dat verspreiding de uitbreiding waarschijnlijk niet sterk zal beperken. “Onze resultaten laten zien dat winteropwarming het klimaatraamwerk voor mangroven vergroot, terwijl oceaanstromingen zorgen voor connectiviteit tussen huidige en potentiële toekomstige habitats,” zegt Lucia Enes Gramoso, hoofdauteur van de studie. “Zelfs lage dichtheden aan propagulen die geschikte locaties bereiken, kunnen voldoende zijn voor vestiging van populaties.”
De studie maakte ook gebruik van historische gegevens over stormbanen om te onderzoeken hoe orkanen kunnen bijdragen aan de verspreiding van mangroven aan deze noordelijke grens. “Omdat de productie van mangrovepropagulen samenvalt met het orkaanseizoen, kunnen stormen fungeren als episodische, hoogenergetische vectoren die aansluiten bij de biologische timing, en zo het potentieel voor propaguletransport langs de kust vergroten,” aldus Tom Van der Stocken, hoofdonderzoeker van het project.
Door regio’s te identificeren die zowel klimaattechnisch geschikt als bereikbaar zijn voor verspreidende propagulen, biedt de studie een kader om klimaatgedreven mangrove-uitbreiding te anticiperen en om locatie-specifieke strategieën voor kustbehoud en -beheer te ondersteunen.
Referentie:
Enes Gramoso, L. I. A., D. Carroll, K. C. Cavanaugh, R. Bardou, M. J. Osland, and T. Van der Stocken. 2026. “ 21st-Century Mangrove Expansion Along the Southeastern United States.” Global Change Biology 32, no. 1: e70676. https://doi.org/10.1111/gcb.70676.
Contact:
Lucia Enes Gramoso – bDIV-groep, Departement Biologie, Vrije Universiteit Brussel, Lucia.Idalina.A.Enes.Gramoso@vub.be
Tom Van der Stocken – bDIV-groep, Departement Biologie, Vrije Universiteit Brussel, Tom.Van.Der.Stocken@vub.be