Sociale context en werk-privébalans doorslaggevend voor vestiging van huisartsen blijkt uit VUB onderzoek
Waarom de huisarts voor uw buurt kiest
BRUSSEL 07/05/2026 – De keuze van een huisarts om zich in een specifieke regio of praktijk te vestigen, wordt sterker beïnvloed door de nabijheid van familie, de job van een partner en de klik met collega's dan door financiële prikkels vanuit de overheid. Dat blijkt uit een grootschalige studie van het Interuniversitair Centrum voor Huisartsenopleiding (ICHO), getrokken door de Vrije Universiteit Brussel (VUB) en recent gepubliceerd in het European Journal of General Practice. De enquête onder bijna 800 artsen die de afgelopen 10 jaar afstudeerden, werpt een nieuw licht op de tekorten in huisartsarme zones.
Hoofdauteur en huisarts dr. Lotta Coenen (VUB) onderzocht samen met vertegenwoordigers van de vier Vlaamse universiteiten wat huisartsen motiveert in hun praktijkkeuze. De resultaten tonen aan dat de "huisarts van de toekomst" resoluut kiest voor samenwerking en levenskwaliteit. De tijd van de solo-arts die dag en nacht bereikbaar is, lijkt definitief voorbij.
Honkvastheid: de 25 kilometer-regel
Het onderzoek onderstreept een opvallende honkvastheid binnen de beroepsgroep. Een overgrote meerderheid van de huisartsen blijft werken in een straal van 25 kilometer rond de plek waar zij hun opleiding hebben genoten. De keuze voor een specifieke gemeente is vaak pragmatisch: men vestigt zich daar waar de partner werkt, waar de kinderen naar school gaan of waar familie woont. Van de respondenten gaf 93,4% aan nog steeds als huisarts werkzaam te zijn, wat de duurzaamheid van de beroepskeuze bevestigt, mits de randvoorwaarden kloppen.
De klik met de praktijk en de collega's
Naast de geografische locatie bepaalt de interne organisatie van een praktijk de aantrekkingskracht. Artsen zoeken vandaag de dag naar:
- Groepspraktijken en balans: De voorkeur gaat massaal uit naar samenwerkingsverbanden. Dit stelt artsen in staat een gezonde werk-privébalans te bewaren en continuïteit van zorg te bieden zonder dat dit ten koste gaat van het eigen welzijn.
- Interpersoonlijke dynamiek: De relatie met collega’s is cruciaal. Respect en een gedeelde visie op zorg en werk-privé balans zijn de belangrijkste redenen om in een praktijk te blijven of ze juist te verlaten bij conflicten.
- Vrijheid en variatie: De autonomie in het beroep en de grote variatie in pathologie – van jong tot oud – blijven de belangrijkste intrinsieke motivatoren.
Ondersteuning boven financiële premies
Het onderzoek suggereert dat beleidsmakers hun focus moeten verleggen om huisartsarme zones aantrekkelijker te maken. Financiële incentives, zoals de in het verleden aangeboden renteloze leningen van €20.000, misten vaak hun doel. Slechts een beperkt deel van de artsen geeft aan dat een financiële prikkel doorslaggevend zou zijn. In plaats daarvan is er een grote vraag naar praktische en administratieve ondersteuning. Gemeentes die inzetten op hulp bij huisvesting, kinderopvang of het ontlasten van de administratieve druk, hebben een grotere kans om nieuw talent aan te trekken.
Over het onderzoek
De enquête werd verstuurd naar 2.706 alumni, waarvan 772 respondenten (een respons van 26,7%) de volledige demografische en motivatievragen beantwoordden. Bijna driekwart van de respondenten (70,9%) is vrouw. De studie werd uitgevoerd door de Vrije Universiteit Brussel (VUB) in samenwerking met de universiteiten van Gent, Leuven en Antwerpen, op initiatief en onder de koepel van ICHO.
Referentie:
Coenen, L. E., Maseman, M., Lobbestael, J., Gielis, G., Gils, A., Vansintejan, J., & Van Rossem, I. (2026). Motivational factors for general practice training and career establishment: A cross-sectional study in Flanders, Belgium. European Journal of General Practice, 32(1). https://doi.org/10.1080/13814788.2026.2628411
Contact:
Dr. Lotta Coenen: +32 474 41 84 63; lotta.coenen@vub.be
Koen Stein
