Nieuw onderzoek wijst op structurele blinde vlek voor kinderrechten binnen het gevangenissysteem
Duizenden kinderen in België dragen onzichtbare gevolgen van detentie van een ouder
Brussel, 28 april 2026 - In België groeien jaarlijks naar schatting 17.000 kinderen op met een ouder in detentie. Toch blijven deze kinderen grotendeels onzichtbaar in beleid, rechtspraak en gevangenispraktijk. Dat blijkt uit recent academisch onderzoek van Joyce Albrecht, An-Sofie Vanhouche en Bart Claes van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) naar de positie van kinderen van gedetineerde ouders binnen het Belgische detentiesysteem. De studie toont aan dat er tijdens de detentie weinig rekening wordt gehouden met de fundamentele rechten van kinderen van gedetineerde ouders, ondanks dat zij er doorgaans een grote impact van ervaren.
Diverse behoeften vereisen een aanpak op maat
Kinderen met een ouder in detentie worden geconfronteerd met uiteenlopende uitdagingen. Ze kunnen te maken krijgen met stigma, angst en intense emoties, maar ook met moeilijkheden op school of sociaal isolement. Tegelijk tonen veel van deze kinderen een opmerkelijke veerkracht.
Hun noden verschillen naargelang hun situatie. Sommigen hebben behoefte aan contact met hun ouder, anderen aan steunfiguren, duidelijke informatie of juist privacy. Volgens het onderzoek hangen deze noden nauw samen met de uitoefening van hun fundamentele kinderrechten, die in deze context vaak onder druk staan.
Onderzoekster Joyce Albrecht: “Kinderen hebben uiteenlopende en vaak complexe noden, omdat geen enkele situatie hetzelfde is. Een standaardaanpak volstaat niet: er is nood aan een breed aanbod van ondersteuning dat flexibel en op maat kan worden ingezet. En minstens even belangrijk is dat hun fundamentele rechten worden gerespecteerd.”
Kinderrechten onvoldoende structureel verankerd
België ratificeerde het VN-Kinderrechtenverdrag, dat onder meer stelt dat kinderen niet mogen worden benadeeld omwille van daden van hun ouders, het belang van het kind een eerste overweging moet zijn, kinderen recht hebben op contact met hun ouder en kinderen gehoord moeten worden in beslissingen die hen raken. Toch blijkt uit de analyse dat deze rechten niet systematisch worden geïntegreerd in het strafrechtelijk en penitentiair beleid. Zo worden kinderen bijvoorbeeld niet structureel mee in rekening gebracht bij straftoemeting, zelden rechtstreeks gehoord over maatregelen die hun gezinsleven beïnvloeden en indirect getroffen door beslissingen zoals overplaatsingen of sancties tegen de ouder. Hun positie verloopt meestal via de rechten van de gedetineerde ouder, niet als autonome rechthebbenden.
Sterke verschillen tussen gevangenissen
Het onderzoek toont ook aan dat er in de praktijk grote verschillen bestaan tussen gevangenissen. Ondersteuning en contact met de ouder zijn ongelijk georganiseerd: elke instelling hanteert een eigen aanpak en biedt een verschillend ouder-kindaanbod. Zo varieert de kindvriendelijkheid van bezoekruimtes sterk, is familiebegeleiding slechts in een beperkt aantal gevangenissen beschikbaar, en is toegang tot contact en ondersteuning niet voor alle kinderen even toegankelijk of betaalbaar.
Hoewel vaders juridisch gezien ook jonge kinderen bij zich zouden kunnen hebben tijdens detentie, bestaan er in de praktijk enkel moeder-kindafdelingen. Dit bevestigt impliciete genderstereotypen rond zorg. Daarnaast treden de andere ouder of zorginstellingen vaak op als gatekeeper, zonder dat de wens van het kind altijd duidelijk wordt meegenomen. Daardoor kan het contact tussen vaders en kinderen bemoeilijkt worden of, indien wenselijk, niet hersteld raken. Dit beperkt aanzienlijk de mogelijkheden voor kinderen om een nabije band met hun gedetineerde vader te behouden.
Europese richtlijnen slechts gedeeltelijk toegepast
In 2018 formuleerde De Raad van Europa aanbevelingen om beter rekening te houden met de rechten van kinderen van gedetineerden, zoals plaatsing dichter bij de woonplaats van kinderen, kindvriendelijke bezoekomgevingen, opleiding van personeel en alternatieven voor detentie voor primaire zorgouders. Het onderzoek besluit dat deze richtlijnen in België slechts fragmentarisch en beperkt worden toegepast.
Joyce Albrecht: “Onze conclusie is duidelijk: de impact van detentie op kinderen wordt vandaag nog te vaak gezien als een onvermijdelijk neveneffect, terwijl het in realiteit gaat om een structureel tekort aan informatie, ondersteuning en begeleiding. Daarom is een systematische integratie van kinderrechten in straftoemeting, overplaatsingsbeslissingen, bezoekbeleid en de uitvoering van straffen absoluut noodzakelijk. Kinderen zijn geen “randfiguren”, maar een expliciete groep rechthebbenden binnen het justitieel beleid.”
Meer info:
Joyce Albrecht, VUB: +32 474 60 81 67
https://www.universiteitvanvlaanderen.be/podcast
Tineke Sonck
