Dr. Google is geen wonderdokter voor patient empowerment

Dr. Google is geen wonderdokter voor patient empowerment

VUB-proefschrift legt machtsdynamiek in patiënt-huisartsrelatie bloot

Donderdag 11 oktober 2018 — Het internet als bron van gezondheidsinformatie is geen wondermiddel om patient empowerment te realiseren. Tot die conclusie komt Edgard Eeckman in de doctoraatsthesis die hij verdedigde aan de Communicatiewetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Eeckman onderzocht de machtsbasis in de relatie patiënt-huisarts en vooral de invloed erop van on- en offline gezondheidsinformatie. De studie legt op een diepgaande manier de machtsdynamiek bloot die gepaard gaat met ziek zijn. Ondanks meer informatie en kennis van de patiënt via het internet blijft de machtsbalans onevenwichtig. Eeckman pleit daarom voor het doorbreken van dit machtsonevenwicht en voor meer inzicht in de afhankelijkheid van patiënten bij huidige en toekomstige zorgverstrekkers omdat dit kan bijdragen tot een meer geëmancipeerde benadering van de patiënt.

 

Huisartsen niet bewust van machtsoverwicht

Edgard Eeckman is naast kersverse doctorandus aan de VUB ook communicatiemanager in het UZ Brussel en professioneel reeds langer door het thema gebeten. “De patiënt-huisartsrelatie is een zaak van wederzijdse afhankelijkheid. Wanneer iemand ziek wordt, kan afhankelijkheid ontstaan die het leven van patiënten helemaal overhoop kan gooien. Zo is de patiënt voor een heel aantal belangrijke ‘resources’ afhankelijk van zijn arts, zoals informatie en kennis over zijn gezondheidstoestand, maar ook voor het stellen van een diagnose, het voorschrijven van geneesmiddelen en het thuisblijven in geval van ziekte. Onzekerheid over een ziekte of genezing en de inschatting van risico of ernst door de patiënt, kan de mate van afhankelijkheid verhogen. Dit kan gepaard gaan met controle- en autonomieverlies, wat een negatieve invloed kan hebben op het welbevinden van de patiënt en weerstand kan oproepen. Ook de huisarts is op zijn beurt afhankelijk van een patiënt, zoals voor zijn inkomen, maar toch behoudt hij/zij het machtsoverwicht. Dit machtsonevenwicht blijft ook behouden, ondanks het feit dat het internet een waardevolle bron van kennis en informatie kan betekenen voor de patiënt om bijvoorbeeld beter te communiceren met de huisarts en de invloed van de patiënt tijdens de consultatie te verhogen,” stelt Eeckman vast.

“Medische experts moeten zich daarvan bewust worden, alsook  van de afhankelijkheid van hun patiënten. Door een beter begrip van elke individuele patiënt kunnen artsen eventuele weerstand verminderen en de intrinsieke motivatie verhogen om een behandeling correct te volgen. Dat kan zowel het genezingsproces, de behandeling, de relatie met de zorgverstrekkers als de gezondheid van de patiënt als het gezondheidszorgsysteem ten goede komen.”

 

Het Web is geen wondermiddel

Eeckman stelt dat het ook de opdracht is van de huisarts om wie ziek is zoveel mogelijk het gevoel van controle te laten behouden, uiteraard in de mate dat de patiënt dat zelf wil. Communicatie kan daar in belangrijke mate toe bijdragen. Het Web kan de patiënt helpen om de nodige info te verzamelen en kennis op te doen om inzicht te hebben in wat waarom wanneer gebeurt. Zonder inzicht ondergaat hij het en dat leidt tot een gevoel van controleverlies. Controle of een gevoel van controle hebben over gezondheid en gezondheidszorg heet patient empowerment. Dit is een waardevol concept, maar gezondheidsinformatie via het Web is geen wondermiddel om dit te bereiken.

Eeckman’s analyse toont aan dat het Web het potentieel heeft om de informatie- en kenniskloof tussen patiënt en huisarts te verkleinen, maar niet te dichten. Ondanks de gezondheidsinformatie via het Web blijft de machtsbalans tussen patiënt en huisarts dus asymmetrisch. Ook kan het een ‘aanjaageffect’ creëren omdat wat een arts zegt gemakkelijker dan voorheen door de patiënt kan worden gecheckt.

Naar een meer geëmancipeerde benadering van de patiënt

“De uitdaging van de patiënt-huisartsrelatie is om net niet in een machtsdynamiek te verzeilen omdat die tegengesteld is aan het vertrouwen dat de relatie moet kenmerken en dat in het belang is van zowel de patiënt als de huisarts. Een patiënt informeren volstaat niet, de (huis)arts moet afleren controle te willen hebben. Het eindresultaat is een egalitaire en vertrouwelijke patiënt-artsrelatie in wederzijds respect voor elkaars eigenheden, kennis en vaardigheden. Het inzicht van de afhankelijkheid van patiënten kan bijdragen tot een bewuster streven naar een meer geëmancipeerde benadering van de patiënt. Dit conceptueel denkkader kan de kritische zelfreflectie van de huidige en toekomstige zorgverstrekkers stimuleren, overigens ook in het verpleegkundig onderwijs,” besluit doctorandus Eeckman.

 

Onderzoeksmethode

Edgard Eeckman voerde een uitgebreid kwalitatief en kwantitatief onderzoek uit bestaande uit een online enquête met 3053 respondenten, de analyse van 24 video-opnames van patiënt-huisartsconsultaties, follow-up-interviews, focus- en discussiegroepen. Hij heeft zich gefocust op enerzijds volwassen Nederlandstalige Belgen en huisartsen anderzijds.

Biografie Edgard Eeckman

Edgard Eeckman behaalde zijn doctoraat in de Media- en Communicatiestudies “Power to the Patient? Studying the power balance between patient and GP in relation to Web health information” aan de VUB op 10 oktober 2018. Hij is 61 jaar en sinds 2005 voltijds communicatiemanager van het UZ Brussel. Hij publiceerde in 2016 samen met Marc Noppen de parodie op de gezondheidszorg “De goden lossen het op” en in 2015 samen met Petra Van San het boek “Communicatie Troef: Doeltreffend communiceren in en door zorgorganisaties”. Hij is tevens wetenschappelijk medewerker van CEMESO, het  ‘Research center for Culture, Emancipation, Media and Society’ van de Vrije Universiteit Brussel. Info op www.edgardeeckman.be.

Contact: Edgard Eeckman gsm 0475 96 00 67

Edgard Eeckman Communicatieverantwoordelijke at UZ Brussel