VUB-professor pleit in nieuw boek voor wetenschappelijke herwaardering van plantaardige geneesmiddelen
Cruciaal onderscheid tussen supplement en fytotherapeuticum
BRUSSEL – zijn geneesmiddelen gebaseerd op planten waardevolle wetenschap of kwakzalverij? In de medische wereld staan de meningen over fytotherapie en voedingssupplementen vaak tegenover elkaar. VUB-professor Kristiaan Demeyer schreef het boek Het medicijn zit in de plant in een poging om het zwart-witdenken te doorbreken. Hij roept op tot een wetenschappelijke, complementaire benadering waarin synthetische medicatie en fytotherapie hand in hand gaan.
Binnen de gezondheidszorg en de brede bevolking bestaat vaak verwarring over plantgebaseerde middelen. Enerzijds neigen veel artsen en specialisten er toe om alle plantaardige producten – van voedingssupplementen tot fytotherapeutica en homeopathie – op één hoop te gooien en af te serveren. Anderzijds zweren sommigen synthetische medicatie af. Volgens prof. Demeyer ligt de genuanceerde werkelijkheid in het midden en hebben beide benaderingen hun specifieke verdienste.
Een van de doelen van het boek is het helder scheiden van wettelijk gedefinieerde categorieën:
- Fytotherapeutica: Dit zijn officieel geregistreerde geneesmiddelen op basis van ruwe plantenextracten. Ze vallen onder de gereglementeerde Europese en Belgische geneesmiddelenwetgeving (EMA-monografieën). De kracht van een fytotherapeuticum schuilt in de synergie: een complexe mix van plantaardige componenten die mekaar versterken of bijwerkingen neutraliseren.
- Voedingssupplementen: Deze vallen onder de voedingswarenwetgeving. Ze zijn bedoeld ter aanvulling van de voeding ( vitaminen en mineralen, maar ook plantgebaseerde producten) en mogen geen therapeutische claims maken. Om verwarring en een grijze zone met fytotherapeutica zo veel mogelijk te vermijden, werd door de plantencommissie een regel vooropgesteld dat een voedingssupplement maximaal 70-80% van een therapeutische dosis van een plant mag bevatten.
- Homeopathie: Dit vormt een afzonderlijke categorie met een eigen specifiek wettelijk statuut en werkwijze, en mag niet verward worden met fytotherapie.
“De aanleiding voor het boek kwam mede uit de medische praktijk waarbij artsen signaleerden dat kennis over plantaardige middelen een absolute blinde vlek vormt binnen hun klassieke artsenopleiding. Hoewel de jongere generatie artsen meer open staan voor onderbouwde toepassingen van fytotherapie, ontbreekt het hen vaak aan de nodige achtergrond om patiënten gericht te adviseren over het gebruik van voedingssupplementen en fytotherapeutica." zegt prof. Demeyer. "Anderzijds is er ook bij apothekers soms nood aan bijkomende kennis betreffende het gebruik van voedingssupplementen en fytotherapeutica." Het boek biedt daarom een praktisch overzicht van aanvaarde plantaardige toepassingen per lichaamsstelsel (dermatologie, cardiovasculair, endocrien, gastro-intestinaal, NKO en respiratoir, urinair stelsel, zenuwstelsel en spieren en skelet) en de onderbouw hiervan). Het claimt hierbij niet om volledig te zijn maar geeft een aanzet tot toepassing van een aantal gekende planten.
Complementair, niet alternatief
Prof. Demeyer benadrukt dat fytotherapie geen vervanging is voor moderne, hoogtechnologische geneesmiddelen. Plantaardige middelen kunnen echter een waardevolle, kostenefficiënte ondersteuning bieden bij symptoombestrijding en mildere aandoeningen, wat ook de druk op de stijgende zorgkosten kan verlichten.
Over het boek
Het medicijn zit in de plant is verschenen bij Uitgeverij Lannoo en is gericht op artsen, apothekers, herboristen en geïnteresseerde leken. Meer informatie is te vinden op de website van Lannoo.
Contact
Kristiaan Demeyer: kdemeyer@vub.be tel nr beschikbaar bij de redactie
Koen Stein
