VUB-onderzoek: draagt biodivers water bij aan het welzijn van de stadsmens?
Uit een bevraging over mogelijke risico’s, geassocieerd met vijvers, blijkt dat er een groot draagvlak is bij mensen voor het aanleggen van nieuwe en het beheren van bestaande vijvers. Stedelijke vijvers zijn veel meer dan kleine waterpartijen tussen gebouwen en wegen. Ze vormen waardevolle stukken natuur in de stad, temperen hitte en bieden ruimte voor planten en dieren. Toch weten we nog opvallend weinig over hun ecologische waarde en over de rol die ze spelen voor het welzijn van stadsbewoners. In het kader van haar doctoraatsonderzoek bestudeert Ellen Van den Bossche (VUB, onderzoeksgroep bDIV, departement Biologie) hoe biodiversiteit en levenskwaliteit samenkomen in stedelijke vijvers in Brussel en Antwerpen.
De studie focust op de vraag hoe sociaaleconomische verschillen binnen steden mee de biodiversiteit bepalen van stedelijke vijvers en hoe mensen die plekken ervaren. Niet elke wijk beschikt immers over dezelfde kwaliteit aan groene en blauwe ruimte. Dat kan gevolgen hebben voor zowel biodiversiteit als gezondheid, ontspanning en verbondenheid met natuur.
Voor het onderzoek werden vijvers in uiteenlopende Brusselse en Antwerpse buurten onderzocht. Daarbij combineerden de onderzoekers klassieke staalnames, die data opleverden over onder meer de soortenrijkdom aan zoöplankton en macro-invertebraten, met innovatieve eDNA-technieken. Met die laatste kunnen sporen van organismen in water worden opgespoord. Daarnaast peilden enquêtes naar hoe bewoners hun lokale vijvers beleven en welke rol ze spelen in hun dagelijks leven.
De resultaten moeten aantonen of er een correlatie bestaat tussen het gemiddelde inkomen van de wijk waarin de vijvers zich bevinden en de biodiversiteit van de vijvers. Tussentijdse resultaten tonen aan dat 86.5% van de respondenten vindt dat een vijver een grote tot zeer grote meerwaarde heeft voor de groene zone of voor het park waarin hij zich bevindt. Maar liefst 75.1% vindt een vijver een serieuze meerwaarde voor hun mentaal welzijn. De belangrijkste ecosysteemdienst blijkt evenwel ‘habitat voor dieren en planten’ te zijn: meer dan 71% van de respondenten geeft aan dat heel erg belangrijk te vinden. De minst belangrijke functie van stadswater is voor de respondenten waterpret en zwemmen: meer dan 50% geeft aan dat zwemmen bijzaak is.
Zowat iedereen vindt het belangrijk dat een vijver biodivers is. Hoe meer amfibieën, vissen, watervogels, aquatische planten, en insecten er in of nabij leven, hoe liever ze het hebben. Voor alle ondervraagde soorten gaf meer dan 50% aan dat een vijver niet biodivers genoeg kan zijn. Uit de ondervraging naar mogelijke risico’s geassocieerd met vijvers, blijkt dat er een groot draagvlak is bij mensen voor het aanleggen van nieuwe en het beheren van bestaande vijvers. Respondenten geven voor bijna alle opgegeven risico’s (bv. lawaai, geur, overstroming, invasieve soorten, gezondheidsrisico’s, beheerskosten,…) aan dat ze voor hen verwaarloosbaar zijn. Slechts voor één categorie (bijtende insecten) geeft meer dan 25% aan dat er een hoog of zeer hoog risico mee geassocieerd is. “Dat toont aan dat voor de respondenten de voordelen van stedelijke vijvers veel zwaarder wegen dan de nadelen”, besluit Van den Bossche. “Verder geeft 53.8% van de mensen aan dat ze vinden dat vijverconstructie en beheer moet gebeuren met aandacht voor de conservatie van de natuur, 44.5% zegt dat er gestreefd moet worden naar een balans tussen conservatie van de natuur en het welzijn van mensen. Slechts 1.7% vindt dat er enkel op het welzijn van de mens gefocust moet worden.”
Van den Bossche vraagt zich in haar onderzoek af hoe steden daar in de toekomst beter op kunnen inspelen. Dat is belangrijk in een periode waarin die steden steeds dichter bebouwd worden en klimaatverandering de druk op leefbare publieke ruimte verhoogt. “Stedelijke vijvers worden vaak onderschat”, zegt Van den Bossche. “Ze lijken klein en onopvallend, maar kunnen verrassend rijk zijn aan leven én een grote betekenis hebben voor mensen die in hun buurt wonen. We willen beter begrijpen hoe die ecologische en sociale dimensies met elkaar verbonden zijn.”
“Wie investeert in kwalitatieve blauwe ruimte, investeert niet alleen in natuur, maar ook in mensen”, besluit Van den Bossche. “Met ons onderzoek hopen we steden wetenschappelijke aanwijzingen aan te kunnen bieden over het belang en de voordelen van voldoende en kwalitatieve stedelijke blauwe ruimtes.”
Het onderzoek kadert binnen een breder, nog lopend doctoraatsproject naar de wisselwerking tussen verstedelijking, biodiversiteit en menselijk welzijn in België. De werktitel van Van den Bossches doctoraat is Socio-eco-evolutionary feedback in urban blue space – a case study in Flanders.
Meer info:
Ellen Van den Bossche: Ellen.Magda.Van.Den.Bossche@vub.be
Frans Steenhoudt
