Recordbrekend ijsverlies in Centraal-Azië in 2025
Een nieuwe internationale studie onder leiding van Lander Van Tricht (Vrije Universiteit Brussel, ETH Zürich) toont aan dat de gletsjers in Centraal-Azië in 2025 hun meest extreme jaar van massaverlies ooit hebben gekend. Dit gebeurde uitgerekend in het 'Internationaal Jaar van het Gletsjerbehoud', uitgeroepen door de Verenigde Naties.
De gletsjers in Centraal-Azië vormen een cruciale waterbron voor miljoenen mensen in droge, stroomafwaartse gebieden. Tijdens de zomermaanden houdt het smeltwater rivieren op gang die essentieel zijn voor drinkwater, landbouw en waterkrachtcentrales in landen als Kirgizië, Tadzjikistan, Oezbekistan en Kazachstan.
"De gletsjers in Centraal-Azië functioneren als natuurlijke watertorens," legt Van Tricht uit. "Als ze krimpen, kan het smeltwater tijdelijk toenemen, maar uiteindelijk neemt de waterafvoer af omdat er minder ijs overblijft. Dit baart grote zorgen voor de waterveiligheid op lange termijn." De sterke afhankelijkheid van zulke bronnen en de ongelijke verdeling ervan zorgen nu al voor terugkerende spanningen en geopolitieke waterconflicten.
Op basis van veldobservaties van 16 gletsjers in het Tiensjan- en Pamirgebergte, gecombineerd met regionale computermodellen, schatten de onderzoekers dat de gletsjers in de regio in één jaar tijd ongeveer 30 kubieke kilometer ijs hebben verloren. Dit is bijna 2% van het resterende gletsjervolume in Centraal-Azië, wat overeenkomt met ruwweg 30% van al het gletsjerijs dat vandaag de dag nog over is in de Europese Alpen.
Dit extreme verlies werd veroorzaakt door uitzonderlijk warme lente- en zomertemperaturen, in combinatie met een sterke afname van de sneeuwval. Hierdoor verdween de beschermende, witte sneeuwlaag ongebruikelijk vroeg, waardoor het donkerdere gletsjerijs bloot kwam te liggen en het smeltproces via de sneeuw-ijs-albedofeedback versnelde.
"2025 springt eruit omdat de extreme verliezen zich bijna overal in Centraal-Azië tegelijkertijd voordeden," zegt hoofdauteur Van Tricht. Negen van de 16 gemonitorde gletsjers lieten hun meest negatieve massabalans ooit zien. In de westelijke Pamir en westelijke Tiensjan verloren sommige gletsjers zelfs 2% tot 4% van hun volume in één jaar. Volgens de modellen was het voor 64% van alle gletsjers in de regio het meest negatieve jaar sinds ten minste 1991.
Het extreme jaar in Centraal-Azië past binnen een breder, wereldwijd patroon van recente recordbrekende smeltjaren, na eerdere extreme verliezen in de Alpen (2022), Noord-Amerika (2023) en Spitsbergen (2024). In tegenstelling tot de Alpen, waar korte, intense hittegolven de boosdoener zijn, werd het verlies in Centraal-Azië gedreven door aanhoudend warme omstandigheden van de lente tot het late najaar.
De onderzoekers concluderen dat de gletsjers steeds kwetsbaarder worden en waarschuwen dat dergelijke extreme omstandigheden in een opwarmend klimaat steeds meer het nieuwe normaal kunnen worden.
Referentie:
De publicatie is online te raadplegen via: https://doi.org/10.1088/1748-9326/ae6712
Contact:
Lander Van Tricht: lander.van.tricht@vub.be tel nr. beschikbaar bij de redactie
Koen Stein
