De zomer waarin Europa zijn water zag verdwijnen
VUB-onderzoekers maken de balans op: "Wachten op regen is geen strategie"
De zomer van 2026 is zo goed als voorbij. Hij maakte pijnlijk zichtbaar hoe hitte, droogte, ijs en water met elkaar verbonden zijn. Het was een zomer waarin het water op steeds meer plaatsen verdween. Rivieren zakten naar bedenkelijk lage niveaus, de bodem droogde uit, natuurgebieden vatten vuur en in de Alpen smolten sneeuw en gletsjerijs in ijltempo weg. Tegelijk warmden de Europese zeeën uitzonderlijk sterk op. Vier VUB-onderzoekers geven duiding bij wat vandaag een uitzonderlijke zomer leek, maar in de nabije toekomst wellicht doorsnee wordt. “Er wordt nog vaak gedacht vanuit één type systeem of één extreem event, alsof die los van de rest plaatsvinden, terwijl systemen inherent met elkaar verbonden zijn”
De Europese zomer van 2026 begon eigenlijk al voordat de zomer goed en wel begonnen was. In mei trok een uitzonderlijk vroege en intense hittegolf over West-Europa. Wat daarna volgde, was geen reeks losstaande weersextremen, maar een kettingreactie: de hitte versnelde de verdamping, bodems droogden uit, rivieren zakten naar uitzonderlijk lage niveaus en uitgedroogde vegetatie werd brandstof voor natuurbranden. Tegelijk verdwenen sneeuw en ijs in de Alpen uitzonderlijk vroeg en warmden ook de Europese zeeën sterk op.
Juni zette meteen de toon. West-Europa beleefde zijn warmste juni sinds het begin van de metingen en over heel Europa was het de op één na warmste juni ooit geregistreerd. Daarna hield de hitte aan. Juli 2026 was wereldwijd de op één na warmste juli ooit gemeten en West-Europa kende zijn warmste periode juni-juli sinds het begin van de metingen. In augustus volgden nieuwe hittegolven.
Ook België ontsnapte er niet aan. Verschillende periodes met temperaturen boven 30 graden volgden elkaar op en in augustus werd lokaal ongeveer 37 graden bereikt. De gevolgen waren niet alleen onaangenaam, maar ook dodelijk. “De oversterfte door de warmte lag deze zomer in België bij de hoogste van Europa”, zegt VUB-glacioloog en klimatoloog Harry Zekollari. “Dat toont hoe zwaar deze zomer is geweest. Er zijn mensen overleden door de hitte.”

Vooral steden zijn kwetsbaar. Steen en beton slaan overdag warmte op en geven die 's avonds en 's nachts opnieuw af. Daardoor krijgen mensen minder gelegenheid om van de hitte te herstellen. Groen maakt daarbij een opvallend verschil. “In een groene omgeving, met veel bomen, kan het makkelijk meerdere graden koeler zijn”, zegt Zekollari. “Als je boven op het stedelijke hitte-eilandeffect nog een aantal graden klimaatopwarming krijgt, voel je dat natuurlijk sterk.”
Niet alleen te weinig regen
De zomer maakte tegelijk duidelijk dat droogte veel meer is dan een gebrek aan regen. Delen van West-Europa kwamen uit een relatief natte winter, maar hoge temperaturen doen de verdamping sterk toenemen. Planten verliezen meer water en ook de bodem droogt sneller uit. Tegen eind juli bevond ongeveer de helft van het grondgebied van de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk zich in een toestand van droogte. Graslanden kleurden bruin, gewassen leden onder de droogte en waterlopen verloren in hoog tempo hun debiet.
In augustus bereikten grote Europese rivieren als Rijn, Donau, Loire en Po uitzonderlijk lage en plaatselijk recordlage waterstanden. Vrachtschepen op de Rijn moesten hun lading beperken en ook de Donau werd moeilijker bevaarbaar. De gevolgen raken ook landbouw en industrie en zelfs de elektriciteitsproductie, die afhankelijk is van voldoende koel rivierwater.
"Er zijn mensen overleden door de hitte"
Ook in België kwamen de waterreserves onder druk. Maar voor VUB-professor grondwaterhydrologie Marijke Huysmans is het belangrijk om niet alleen over het probleem te praten. Vlaanderen is geen woestijn: op jaarbasis valt er voldoende neerslag. De uitdaging is om veel meer van dat water vast te houden wanneer het beschikbaar is. “Wachten op regen is geen strategie”, schreef ze deze zomer in een opiniestuk in De Tijd. Droogte wordt door de klimaatverandering frequenter, langer en intenser en valt bovendien steeds vaker samen met hitte.
Oplossingen zijn er wel degelijk. Water langer vasthouden, regen laten infiltreren, wetlands herstellen, waterlopen opnieuw laten meanderen en gezuiverd afvalwater hergebruiken kunnen de waterbuffer vergroten. Ook landbouw, industrie, bouwsector, steden en gemeenten kunnen bijdragen, bijvoorbeeld met regenwateropvang, peilgestuurde drainage, circulair watergebruik, ontharding en vergroening.

Het interessante is dat zulke maatregelen niet alleen helpen tegen droogte. Meer water laten infiltreren en vasthouden kan ook de gevolgen van extreme neerslag beperken. Volgens Huysmans heeft Vlaanderen met onder meer het Sigmaplan en de Blue Deal al veel kennis en ervaring opgebouwd. De uitdaging is vooral om investeringen niet uit te stellen. “Laat deze zoveelste droge zomer een kantelpunt zijn om investeringen in een robuust watersysteem te versnellen en uit te breiden.” De titel van haar opiniestuk vat haar boodschap kernachtig samen: de volgende droge zomer begint vandaag.
De gletsjers naderen opnieuw een rampjaar
Terwijl beneden rivieren droogvielen, verdween hoog in de Alpen de wintersneeuw uitzonderlijk vroeg. Op de Rhône-gletsjer in Zwitserland was de beschermende sneeuwlaag eind juni al verdwenen. Vanaf dat moment begon niet langer de sneeuw, maar het oude gletsjerijs zelf te smelten. Op sommige meetplaatsen verdween in amper twee weken meer dan een meter ijs.
"Het verdwijnen van permafrost is een risicofactor die rotsvallen en instortingen van bergwanden kan vergroten"
“De twee slechtste jaren waren tot nu toe 2022 en 2023”, zegt Zekollari. “In 2022 verloren de Alpengletsjers in één jaar ongeveer zes procent van hun massa, in 2023 ongeveer vier procent. Dit jaar gaan we mogelijk richting vijf procent volumeverlies.” De oorzaak is de combinatie van weinig wintersneeuw, een warm voorjaar, een zeer warme juni en vervolgens een lange hete zomer. “We weten nu al dat 2026 een heel slecht jaar voor de gletsjers wordt. De vraag is alleen nog hoe dicht we bij het recordverlies van 2022 zullen uitkomen.”
Dat heeft ook gevolgen voor de beschikbaarheid van water. Gletsjers zijn natuurlijke reservoirs die 's winters water opslaan als sneeuw en ijs en het tijdens warme zomers weer vrijgeven. Door de opwarming neemt de hoeveelheid smeltwater aanvankelijk zelfs toe. Maar een steeds kleinere gletsjer kan uiteindelijk ook steeds minder water leveren. Wetenschappers noemen het omslagpunt peak water.
“In de Alpen zijn we die piek al voorbij”, zegt Zekollari. “Dat betekent dat de gletsjers daar in de zomer nu al minder water leveren.” Elders wordt dat kantelpunt later verwacht. In sommige gebieden pas rond 2050 tot 2070. De inzet is groot: wereldwijd zijn honderden miljoenen mensen voor hun watervoorziening afhankelijk van sneeuw- en gletsjersmelt.

De veranderingen in het hooggebergte brengen nog andere risico's mee. Krimpende gletsjers kunnen bergwanden minder ondersteuning bieden en hogere temperaturen tasten de permafrost aan. Die altijd bevroren grondmassa’s zitten immers niet alleen in de bodem, maar ook in spleten van rotswanden. Wanneer het ijs daarin door de opwarming ontdooit, kunnen rotsmassa's instabieler worden. Het verdwijnen van permafrost is een risicofactor die rotsvallen en instortingen van bergwanden kan vergroten. De permanent bevroren ondergrond in grote gebieden in het Euraziatisch continent en Noord-Amerika houdt bovendien al honderdduizenden jaren veel broeikasgassen vast, die bij het smelten weer vrijkomen. Zekollari waarschuwt wel voor te eenvoudige conclusies wanneer een gletsjer of bergwand instort. “Gletsjers kunnen ook op natuurlijke wijze instabiel worden of instorten. Daarom kijken we als wetenschappers vooral statistisch naar tendensen. En daar zien we wel degelijk dat dergelijke problematische gebeurtenissen vaker voorkomen.”
Een hittegolf onder water
Zelfs de zee bood deze zomer nauwelijks verkoeling. De Middellandse Zee bereikte in juli een gemiddelde temperatuur van ongeveer 27 graden, de hoogste gemiddelde julitemperatuur die er ooit werd gemeten. Begin augustus werd bij Mallorca ongeveer 33 graden zeewater geregistreerd. Een duik in het zeewater voelde aan als een plons in een bad. Maar de mariene hitte beperkte zich niet tot Zuid-Europa: ook de Noordzee en Belgische kustwateren, de Atlantische kust, de Golf van Biskaje en de Keltische Zee kregen ermee te maken.
Volgens VUB-professor Tom Van der Stocken , gespecialiseerd in mariene en kustecosystemen, moeten we daarbij niet alleen naar de temperatuur aan het zeeoppervlak kijken. Ook in diepere wateren en op de zeebodem kunnen mariene hittegolven optreden, terwijl die in de huidige modellen nog onvoldoende worden geregistreerd.
"De zomer van 2026 toont zo dat hitte nooit alleen hitte is"
De gevolgen kunnen groot zijn. Vissen kunnen naar koeler water migreren, waardoor verspreidingsgebieden opschuiven. Vastzittende organismen zoals koralen en sponzen kunnen niet ontsnappen. Langdurige hitte kan daardoor leiden tot sterfte, veranderingen in ecosystemen en uiteindelijk ook gevolgen hebben voor de visserij.
Maar Van der Stocken wil vooral vermijden dat we al die fenomenen afzonderlijk bekijken. “Er wordt nog vaak gedacht vanuit één type systeem of één extreem event, alsof die los van de rest plaatsvinden, terwijl systemen inherent met elkaar verbonden zijn.” Wat met een ijskap gebeurt, kan uiteindelijk gevolgen hebben voor kusten duizenden kilometers verderop. “De Groenlandse ijskap en de tropische kusten liggen heel dicht bij elkaar”, vat hij die planetaire verbondenheid samen.

Eén zomer, één systeem
Een drooggevallen rivier, een brandend veengebied, een smeltende gletsjer en een oververhitte zee lijken verschillende problemen. De zomer van 2026 liet juist zien hoe nauw ze met elkaar verbonden zijn.
Dat werd ook zichtbaar in de Hoge Venen, nochtans een van de natste en koelste landschappen van België. In augustus trof een natuurbrand er ongeveer 3.000 hectare. Veen houdt normaal veel water vast, maar kan na langdurige droogte zelf brandbaar worden. Een natuurlijke waterbuffer veranderde zo in brandstof.
Precies daar komen de perspectieven van de drie VUB-onderzoekers samen. Zekollari laat zien hoe eeuwenoude waterreserves in de bergen verdwijnen. Van der Stocken onderzoekt hoe de restauratie van slikken, schorren en mangroven, zoals in het Sigmaplan-gebied de Hedwige-Prosperpolder en de Guayasdelta in Ecuador, als natuurgebaseerde oplossing koolstof opslaat en de kust beschermt tegen erosie. En Huysmans wijst erop dat we ook zelf veel meer kunnen doen om water vast te houden en onze samenleving weerbaarder te maken.
De zomer van 2026 toont zo dat hitte nooit alleen hitte is. Ze versnelt de verdamping, droogt bodems uit, verlaagt rivierstanden, voedt natuurbranden, versnelt de afbraak van gletsjers en warmt rivieren en zeeën op. Europa zal zich moeten aanpassen aan een watercyclus die steeds minder lijkt op die waarop onze natuur, landbouw, energievoorziening en infrastructuur zijn afgestemd.
“De natuur reageert uit zichzelf, al zal dat gepaard gaan met veranderingen in soortensamenstellingen en voor veel soorten organismen een afname in biodiversiteit betekenen zoals aangetoond voor hommels of vlinders in Europa”, besluit Prof. Harry olde Venterink. “Ook zie je deze zomer grassoorten uit warmere oorden het opvallend goed doen langs de wegen in Brussel. Hoe het succes van die noordwaarts trekkende soorten afhangt van temperatuur, droogte en van dat andere milieuprobleem: stikstofverrijking, zijn we aan het onderzoeken in onze serre en klimaatkamers. Hoe de andere factoren in onze samenleving zich zullen aanpassen hangt af van keuzes van beleidsmakers. Je hebt geen glazen bol nodig om te voorspellen dat het op korte termijn nodig is, want in de komende jaren zal het nog warmer en bij tijden nog droger droger worden.”
De boodschap hoeft dus niet per definitie somber te zijn. Zoals Huysmans benadrukt, bestaan veel oplossingen al. De vraag is vooral hoe snel we ze toepassen.
In het kort:
- Hitte zet een kettingreactie in gang: droogte, lage rivierstanden, natuurbranden en smeltende gletsjers versterken elkaar.
- Vlaanderen moet meer water vasthouden: volgens Marijke Huysmans ligt de sleutel niet alleen in regen, maar vooral in opslag en infiltratie.
- Alpengletsjers stevenen af op een rampjaar: Harry Zekollari verwacht een van de grootste ijsverliezen van de voorbije decennia.
- Ook de zee kreunde onder de hitte: mariene hittegolven kunnen ecosystemen, visbestanden en kustgebieden ingrijpend veranderen.
- Oplossingen bestaan al: sneller investeren in waterbeheer en natuurherstel maakt Europa weerbaarder tegen droogte en hitte.
Vragen aan de onderzoekers zijn te stellen via de perswerking.
Frans Steenhoudt
